turn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • turn

Werkwoord

vervoeging van
turnen

turn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turnen
    Ik turn.
  2. gebiedende wijs van turnen
    Turn!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turnen
    Turn je?


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
turn turns

Zelfstandig naamwoord

turn

  1. bocht


Oudnoors

Woordafbreking
  • turn

Zelfstandig naamwoord

turn v

  1. (bouwkunde) toren
Verbuiging
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen