televisie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·le·vi·sie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | televisie | televisies |
| verkleinwoord | televisietje | televisietjes |
Zelfstandig naamwoord
televisie v
- (elektronica) een elektronisch apparaat om bewegende beelden en geluid weer te geven
- (communicatie) het communicatiemedium dat het versturen van beelden en geluiden mogelijk maakt
Synoniemen
- [1] televisieapparaat, televisietoestel, kleurentelevisietoestel, tv, kijkbuis, buis [3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. elektrisch apparaat
2. medium
Bijwoord
televisie
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- televisiekijken: Hij keek graag televisie.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.