visie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vi·sie
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse visio (“zien”), zelfstandig naamwoord van actie van visus (“dat wat gezien is”), van het werkwoord videre (“zien”) + suffix -io.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | visie | visies |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
visie v
- de wijze waarop men zaken beoordeelt, beschouwt
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.