tv

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tv
Woordherkomst en -opbouw
  • Het is een initiaalwoord uit televisie.
enkelvoud meervoud
naamwoord tv tv's
verkleinwoord tv'tje tv'tjes

Zelfstandig naamwoord

tv v

  1. (initiaalwoord), (afkorting) de afkorting voor televisie
  2. (techniek) een elektrisch apparaat om bewegende beelden en geluid te ontvangen
    In de woonkamer staat een tv.
  3. een programma dat op dit apparaat getoond wordt
    Deze nieuwe samenwerking kan mooie tv opleveren.
  4. het communicatiemedium
    Wat is er op tv?
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

tv

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    tv-kijken: Hij keek tv.


Meer informatie