suite

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sui·te
enkelvoud meervoud
naamwoord suite suites
verkleinwoord suitetje suitetjes

Zelfstandig naamwoord

suite v/m

  1. (bouwkunde) een woning voornamelijk bestaande uit een voor- en achterkamer gescheiden door schuifdeuren
    Toen hij zijn suite betrok, werd dit ingeluid met een concertje tussen de schuifdeuren.
  2. een uigebreide hotelkamer, vaak bestaande uit meer dan een vertrek
  3. (muziek) een muziekstuk bestaande uit een opeenvolging van een aantal dansen
    De klassieke suite bestond gewoonlijk uit een allemande, een courante en een sarabande met als slotstuk een snelle gigue.
  4. (geologie), (scheikunde) een groep gesteenten die chemisch, mineralogisch of anderszins bij elkaar horen, maar geen duidelijke gelaagdheid of andere structuur vertonen waarop ze in eenheden in te delen zijn
    Stollingsgesteentes worden vaak in suites ingedeeld.
  5. (kaartspel) een reeks van drie of meer opeenvolgende kaarten
  6. (verouderd) gevolg, stoet

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen