stoet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoet
enkelvoud meervoud
naamwoord stoet stoeten
verkleinwoord stoetje stoetjes

Zelfstandig naamwoord

stoet m

  1. een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
    Is die stoet nou nog niet afgelopen?
  2. een grote hoeveelheid
    Oh, daar is een hele stoet van!
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord stoet stoete

Zelfstandig naamwoord

stoet

  1. stoet optocht
  2. dekhengst, ram
    «Robert Gordon het die eerste merinostoet na die Kaap ingevoer.»
    Robert Gordon voerde de eerste ram van het merinoschaap in naar de Kaap.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen