stoet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stoet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoet | stoeten |
| verkleinwoord | stoetje | stoetjes |
Zelfstandig naamwoord
stoet m
- een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
- Is die stoet nou nog niet afgelopen?
- een grote hoeveelheid
- Oh, daar is een hele stoet van!
Synoniemen
Vertalingen
1. een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoet | stoete |
Zelfstandig naamwoord
stoet