gevolg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: gevolg (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /χәˈvɔɫχ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɣәˈvɔɫx/
- (Limburg): /ɣәˈvɔlx/
Woordafbreking
- ge·volg
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gevolg | gevolgen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
gevolg o
- iets dat voortkomt uit iets anders, een oorzaak.
- De elektriciteitsonderbreking was het gevolg van een hevig onweer.
- een groep die volgt, die er achteraan of later komt.
- De twaalf apostelen vormden het gevolg van Jezus.
Synoniemen
Vertalingen
1.
Verwante begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.