straal

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA:
    • (Noord-Nederland): /straɫ/
    • (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈstral/
Woordafbreking
  • straal

Werkwoord

vervoeging van
stralen

straal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stralen
    Ik straal.
  2. gebiedende wijs van stralen
    Straal!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stralen
    Straal je?
Persoonlijke instellingen
Andere talen