cirkel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cir·kel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cirkel | cirkels |
| verkleinwoord | cirkeltje | cirkeltjes |
Zelfstandig naamwoord
cirkel m
- (wiskunde) een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
|
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| cirkelen |
cirkel
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
- Ik cirkel.
- gebiedende wijs van cirkelen
- Cirkel!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
- Cirkel je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Zelfstandig naamwoord
cirkel
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
cirkel
