cirkel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
cirkel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cirkel cirkels
verkleinwoord cirkeltje cirkeltjes

Zelfstandig naamwoord

cirkel m

  1. (wiskunde) een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
cirkelen

cirkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
    Ik cirkel.
  2. gebiedende wijs van cirkelen
    Cirkel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
    Cirkel je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Deens

Zelfstandig naamwoord

cirkel

  1. (wiskunde) cirkel


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

cirkel

  1. (wiskunde) cirkel