reflector
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·flec·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reflector | reflectoren reflectors |
| verkleinwoord | reflectortje | reflectortjes |
Zelfstandig naamwoord
reflector m
- (natuurkunde), (optica) een voorwerp dat geluid of elektromagnetische straling zoals licht terugkaatst
-
- Er zit geen reflector achter op je fiets.
- Door een reflector en een reeks van directoren is een yagi-antenne richtinggevoelig.
- Er zit geen reflector achter op je fiets.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een voorwerp dat geluid of straling zoals licht terugkaatst
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| reflector | reflectors |
Zelfstandig naamwoord
reflector