cilinder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ci·lin·der
Woordherkomst en -opbouw
- van het Grieks kylindros = rol
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cilinder | cilinders |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
cilinder m
- (wiskunde) lichaam, begrenst door twee gelijke evenwijdige cirkelvlakken en door een gebogen vlak
- (motortechniek) deel waarin de zuiger op en neer gaat in motoren en machines
Verwante begrippen
Vertalingen
1.