druk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk
enkelvoud meervoud
naamwoord druk drukken
verkleinwoord drukje drukjes

Zelfstandig naamwoord

druk m

  1. (natuurkunde) pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
  2. situatie dat iets of iemand je tot iets dwingt
  3. keer dat iets gedrukt is
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: iemand onder druk zetten
iemand proberen te dwingen om iets te doen
  • [2]: onder druk staan
gedwongen worden snel maatregelen te nemen
  • [2]: op iemand druk uitoefenen
iemand proberen te dwingen om iets te doen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen druk drukker drukst
verbogen drukke drukkere drukste
[4] Het is druk op het station.

Bijvoeglijk naamwoord

druk

  1. weinig tijd hebbend
    Hij kan dit weekend niet komen want hij is druk.
  2. weinig tijd latend
    Hij heeft een drukke baan.
  3. zich onrustig gedragend
    Hij is de hele dag al heel druk, volgens mij heeft hij nog geen twee minuten stilgezeten.
  4. met veel mensen, veel verkeer of grote bedrijvigheid
    Het is erg lastig om deze drukke straat over te steken.

Werkwoord

vervoeging van
drukken

druk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drukken
    Ik druk.
  2. gebiedende wijs van drukken
    Druk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drukken
    Druk je?