druk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- druk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | druk | drukken |
| verkleinwoord | drukje | drukjes |
Zelfstandig naamwoord
druk m
- (natuurkunde) pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
- situatie dat iets of iemand je tot iets dwingt
- keer dat iets gedrukt is
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: iemand onder druk zetten
iemand proberen te dwingen om iets te doen
- [2]: onder druk staan
gedwongen worden snel maatregelen te nemen
- [2]: op iemand druk uitoefenen
iemand proberen te dwingen om iets te doen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | druk | drukker | drukst |
| verbogen | drukke | drukkere | drukste |
Bijvoeglijk naamwoord
druk
- weinig tijd hebbend
- Hij kan dit weekend niet komen want hij is druk.
- weinig tijd latend
- Hij heeft een drukke baan.
- zich onrustig gedragen
- Hij is de hele dag al heel druk, volgens mij heeft hij nog geen twee minuten stilgezeten.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| drukken |
druk