steun
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- steun
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | steun | steunen |
| verkleinwoord | steuntje | steuntjes |
Zelfstandig naamwoord
steun m
- iets om op te steunen, te rusten
- Een stabiele steun hielp hem gauw weer op de been.
- morele of materiële hulp
- Dankzij de steun van een studiebeurs ging ze naar de universiteit.
- (informeel) sociale uitkering
- Werklozen krijgen vaak steun van de overheid.
Synoniemen
- [1] stut
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- steun krijgen
- verkapte steun
Vertalingen
1. iets om op te steunen
2. morele of materiële hulp
3. sociale uitkering
steun krijgen
|
verkapte steun
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| steunen |
steun