drager
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dra·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | drager | dragers |
| verkleinwoord | dragertje | dragertjes |
Zelfstandig naamwoord
drager m
- een persoon die (letterlijk) draagt
- De drager van de rugzak was Jan.
- een dunne laag van een fotografische film die de lichtgevoelige emulsie beschermt en de film stevigheid geeft
- Negatieven bestaan simpel gezegd uit twee lagen. In het geval van de 4x5 inch acetaat negatieven gaat het om een emulsie van gelatine waarop de afbeelding staat en een drager van acetaat.
- een eigenaar
- Een drager van het hiv-virus moet zich laten behandelen in een ziekenhuis.
- (beroep) iemand die bij uitvaarten de kist met de overledene draagt
Vertalingen
2. een dunne laag van een fotografische film die de lichtgevoelige emulsie beschermt en de film stevigheid geeft
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.