staaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staaf
enkelvoud meervoud
naamwoord staaf staven
verkleinwoord staafje staafjes

Zelfstandig naamwoord

staaf v/m

  1. een massieve langwerpige stang of balk
    Hij sloeg de vrouw met een staaf.

Werkwoord

vervoeging van
staven

staaf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staven
    Ik staaf.
  2. gebiedende wijs van staven
    Staaf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staven
    Staaf je?


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /staːf/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

staaf v

  1. staaf
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen