staven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
staven
staafde
gestaafd
zwak -d volledig

Werkwoord

staven

  1. aantonen, bevestigen, ondersteunen
    Hij kan zijn bewering met cijfers staven.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iets met bewijzen staven
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

staven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord staaf
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord staf


Vlax Romani

Zelfstandig naamwoord

staven

  1. water
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen