staven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sta·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| staven |
staafde |
gestaafd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
staven
- aantonen, bevestigen, ondersteunen
- Hij kan zijn bewering met cijfers staven.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- iets met bewijzen staven
Vertalingen
iets met bewijzen staven
|
Zelfstandig naamwoord
staven mv
Vlax Romani
Zelfstandig naamwoord
staven