ra
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ra
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ra | ra's |
| verkleinwoord | raatje | raatjes |
Zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) op klassieke dwarsgetuigde zeilschepen: een aan de mast bevestigde, horizontaal draaibare boom waar onder een zeil gezet kan worden
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
- bras, dwarsgetuigd, fokkera, giek, langsgetuigd, mast, paard, spier, steng, vierkantgetuigd, zeil
Spreekwoorden
- aan de hoogste ra hangen
- de zwaarste straf geven
Tussenwerpsel
ra
- raad eens, (altijd tweemaal: ra, ra) een verkorting van de gebiedende wijs van "raden"
- Ra, ra, wie komt er vanavond op bezoek?