som

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord som -
verkleinwoord - -
[2], [3] enkelvoud meervoud
naamwoord som sommen
verkleinwoord sommetje sommetjes
[4] enkelvoud meervoud
naamwoord som soms
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

som v/m

  1. (wiskunde) resultaat van een optelling
    Wat is de som van vijf en drie?
  2. rekenkundige opgave (vooral in het basisonderwijs)
    Ga je vandaag je sommen nog maken?
  3. hoeveelheid geld, geldbedrag
    Vijfhonderdduizend euro is een behoorlijke som.
  4. (financieel) munteenheid van Kirgizië
    Heb jij nog enige soms over?
Vertalingen

Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • som
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord sem
Naar frequentie 36

Betrekkelijk voornaamwoord

som

  1. g: die, welk, wie
  2. o: dat, wat
    «Eftersøgningshold har lokaliseret vraget af et tyrkisk militærfly, som blev skudt ned af Syrien fredag.»
    Het opsporingsteam heeft het wrak van een Turks militair vliegtuig lokaliseert, dat door Syrië werd neergeschoten op vrijdag.
  3. mv: hetwelk, welke, dewelke

Voegwoord

som

  1. als
    «Hjertet fungerer som en pumpe.»
    Het hart werkt als pomp.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • som
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord sem
Naar frequentie 23

Betrekkelijk voornaamwoord

som

  1. m / v: die, welk, wie
    «Det var jeg som gjorde det.»
    Ik was het die het gedaan heeft.
  2. o: dat, wat
  3. mv: hetwelk, welke, dewelke

Voegwoord

som

  1. als
    «Han er svart som en feier.»
    Hij is zwart als een schoorsteenveger.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • som
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord sem

Betrekkelijk voornaamwoord

som

  1. m / v: die, welk, wie
  2. o: dat, wat
  3. mv: hetwelk, welke, dewelke

Voegwoord

som

  1. als


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • som
Naar frequentie 18

Voegwoord

som

  1. als
  2. in sommige vergelijkingen:
    1. zo ... als
    2. even ... als
    «Han är lika lång som jag är.»
    Hij is even lang als ik.

Voornaamwoorden

Betrekkelijk voornaamwoord

som

  1. g: die, welk, wie
  2. o: dat, wat
  3. mv: hetwelk, welke, dewelke