hetwelk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- het·welk
Betrekkelijk voornaamwoord
hetwelk
- o (verouderd) verwijzend naar onzijdig een antecedent dat geen zin is
- Hij las het boek hetwelk hij van zijn vader geërfd had.
- verwijzend naar een antecedent dat een zin is
- Zij trachtten de stad binnen te dringen hetwelk reden was de poorten te sluiten.