borgsom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- borg·som
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | borgsom | borgsommen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- som geld die een gevangene betaalt ter garantie dat hij in gevangenschap zal terugkeren.
- De borgsom die hij betalen moest bedroeg $300.000.-.