opsommen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·som·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opsommen |
somde op |
opgesomd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opsommen
- (overgankelijk) achter elkaar opnoemen
- Hij kon zo alle Duitse automerken opsommen.