opsommen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·som·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opsommen
somde op
opgesomd
zwak -d volledig

Werkwoord

opsommen

  1. (overgankelijk) achter elkaar opnoemen
    Hij kon zo alle Duitse automerken opsommen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen