besnijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| besnijden | besneden |
| besnijdenis | |
Uitspraak
Woordafbreking
- be·snij·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| besnijden |
besneed |
besneden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
besnijden
- (overgankelijk) door snijden vormen, bewerken
- (overgankelijk) (bij mannen) de voorhuid van de penis wegsnijden
- De meeste Amerikanen worden besneden als ze nog een baby zijn.
- (overgankelijk) (bij vrouwen) de clitoris verminken
- 30.000 besneden vrouwen in Nederland [1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de voorhuid van de penis wegsnijden