sloot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sloot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sloot | sloten |
| verkleinwoord | slootje | slootjes |
Zelfstandig naamwoord
- smalle watergang om of tussen weilanden
- De auto vloog over een sloot en kwam in een weiland tot stilstand.
- (informeel) aanzienlijke hoeveelheid
- Ik heb vandaag al een sloot water gedronken.
Hyperoniemen
- [1] watergang
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1] delft, greppel, tocht
- [1] grondwater, waterafvoer, waterhuishoud
- [1] drekrees, fierljeppen, polsstokverspringen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1] Iemand van de wal in de sloot helpen.
- Iemand door de hulp nog meer problemen bezorgen.
- [1] Hij zal niet in zeven sloten tegelijk lopen.
- Hij zal heel voorzichtig zijn.
Vertalingen
1. smal watergang om of tussen weilanden
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| sluiten |
sloot
- enkelvoud verleden tijd van sluiten
- Ik sloot.
- Jij sloot.
- Hij, zij, het sloot.
- Ik sloot.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.