sloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Sloot [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sloot
enkelvoud meervoud
naamwoord sloot sloten
verkleinwoord slootje slootjes

Zelfstandig naamwoord

sloot v/m

  1. smalle watergang om of tussen weilanden
    De auto vloog over een sloot en kwam in een weiland tot stilstand.
  2. (informeel) aanzienlijke hoeveelheid
    Ik heb vandaag al een sloot water gedronken.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] Iemand van de wal in de sloot helpen.
    • Iemand door de hulp nog meer problemen bezorgen.
  • [1] Hij zal niet in zeven sloten tegelijk lopen.
    • Hij zal heel voorzichtig zijn.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sluiten

sloot

  1. enkelvoud verleden tijd van sluiten
    Ik sloot.
    Jij sloot.
    Hij, zij, het sloot.

Meer informatie