sloten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- slo·ten
Zelfstandig naamwoord
sloten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord slot
sloten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord sloot
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| sluiten |
sloten
- meervoud verleden tijd van sluiten
- Wij sloten.
- Jullie sloten.
- Zij sloten.
- Wij sloten.