schotel v/m
- platte ronde schaal met opstaande rand
- Hij legde de gebraden kip op een schotel.
- een gerecht
- Onze specialiteit is een schotel van waterkonijn in een mosterdsabayon op rijst.
- (meestal verkleinwoord) een schaaltje onder een kopje
- Leg het lepeltje maar op het schoteltje van het koffiekopje.
- een antenne voor televisieontvangst
- De buren hebben een schotel om buitenlandse zenders te ontvangen.
- een vliegende schotel: een omstreden discusvormig object dat door de lucht zweeft, ufo
- De man beweerde gisternacht een vliegende schotel te hebben gezien.
2. wat opgediend wordt, gerecht