gerecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·recht
enkelvoud meervoud
naamwoord gerecht gerechten
verkleinwoord gerechtje gerechtjes

Zelfstandig naamwoord

gerecht o

  1. (kookkunst)een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
    Welk gerecht staat er vanavond op het menu?
  2. (juridisch) rechtbank, de rechter
    Hij moest voor het gerecht verschijnen.
  3. (geschiedenis), (juridisch) lokale bestuursvorm
    Aan de westzijde van het gerecht Oostveen bevonden zich respectievelijk de soortgelijke uitgestrekte gerechten.[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rechten

gerecht

  1. voltooid deelwoord van rechten

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
  1. debilt.nl


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

gerecht

  1. rechtvaardig