gerecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·recht
enkelvoud meervoud
naamwoord gerecht gerechten
verkleinwoord (gerechtje) (gerechtjes)

Zelfstandig naamwoord

gerecht o

  1. een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
    Welk gerecht staat er vanavond op het menu?
  2. rechtbank, de rechter
    Hij moest voor het gerecht verschijnen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rechten

gerecht

  1. voltooid deelwoord van rechten

Meer informatie


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

gerecht

  1. rechtvaardig
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen