gerecht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·recht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gerecht | gerechten |
| verkleinwoord | (gerechtje) | (gerechtjes) |
Zelfstandig naamwoord
gerecht o
- een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
- Welk gerecht staat er vanavond op het menu?
- rechtbank, de rechter
- Hij moest voor het gerecht verschijnen.
Vertalingen
1. een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
2. rechtbank, de rechter
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rechten |
gerecht
- voltooid deelwoord van rechten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Duits
Bijvoeglijk naamwoord
gerecht