gerecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·recht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gerecht gerechten
verkleinwoord gerechtje gerechtjes

Zelfstandig naamwoord

gerecht o

  1. (kookkunst)een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid [1] [2]
    Welk gerecht staat er vanavond op het menu?
  2. (juridisch) rechtbank, de rechter [3] [4]
    Hij moest voor het gerecht verschijnen.
  3. (geschiedenis), (juridisch) lokale bestuursvorm
    Aan de westzijde van het gerecht Oostveen bevonden zich respectievelijk de soortgelijke uitgestrekte gerechten.[5]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rechten

gerecht

  1. voltooid deelwoord van rechten [6]
stellend
onverbogen gerecht
verbogen gerechte

Bijvoeglijk naamwoord

gerecht [7] [8]

  1. rechtvaardig
    hij zal zijn gerechte straf niet ontlopen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. debilt.nl
  6. etymologiebank.nl
  7. Woordenboek der Nederlandse taal
  8. Woordenboek der Nederlandse taal


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

gerecht

  1. rechtvaardig