scherm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scherm
enkelvoud meervoud
naamwoord scherm schermen
verkleinwoord schermpje schermpjes

Zelfstandig naamwoord

scherm o

  1. wat dient om te zorgen dat je iets niet kunt zien, of ter bescherming
    1. een schut tegen het directe zonlicht
    2. een paravent
    3. (toneel) een gordijnachtige doek in een schouwburg
    4. een overdekking aan een steiger (ongevallenpreventie)
    5. een schut tegen zicht of wind
    6. een parachute
  2. vlak waarop beelden en teksten worden geprojecteerd
    1. (techniek), (informatica) een monitor van een technisch toestel
    2. een onderdeel van een bioscoop
    3. een projectiescherm
  3. een bloeiwijze waarbij alle zijassen (bloemstelen) uit één punt ontspringen
Hyperoniemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1.5]: achter de schermen
zonder dat het bekend is, onopvallend
Typische woordcombinaties
  • [1.3]: het scherm ophalen
  • [1.3]: het scherm laten zakken
  • [2.3]: dia's op het scherm projecteren
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schermen

scherm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schermen
    Ik scherm.
  2. gebiedende wijs van schermen
    Scherm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schermen
    Scherm je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen