schot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Schot

Nederlands

Uitspraak
1 enkelvoud meervoud
naamwoord schot schoten
verkleinwoord schotje
schootje
schotjes
schootjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord schot schotten
verkleinwoord schotje schotjes
3 enkelvoud meervoud
naamwoord schot schoten
verkleinwoord - -
Woordafbreking
  • schot
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

schot

  1. o: het afvuren van een projectiel
  2. o: een afscheidende tussenwand
  3. (veeteelt) v: vrouwelijk rund dat tweemaal gekalfd heeft
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen