regen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·gen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | regen | regens |
| verkleinwoord | regentje | regentjes |
Zelfstandig naamwoord
regen m
- neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp.
- Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken.
Spreekwoorden
- Na regen komt zonneschijn.
- Je zal niet altijd pech hebben.
- Regen in mei, dan is april voorbij.
- De natuur kiest zelf welke volgorde ze aanhoudt.
Uitdrukkingen en gezegden
- Van de regen in de drup.
- Terwijl het ene probleem opgelost is, is er een nieuw probleem ontstaan, zodat de situatie per saldo niet verbeterd is.
Vertalingen
1. neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
regen
- gebiedende wijs van regenen.