bewegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bewegen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈʋe.χə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈβ̞e.ɣə(n)/
- (Limburg): /bə.ˈweː.ɣə(n)/
Woordafbreking
- be·we·gen
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse bewēghen, verwant met het Middelnederduitse bewēgen, Oudhoogduitse biwegan.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bewegen |
bewoog |
bewogen |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
bewegen
- (inergatief) van plaats veranderen, niet stilstaan
- Om te kunnen bewegen hebben veel dieren een uitgebreid zenuw- en spierstelsel.
- (overgankelijk) in beweging brengen
- Dat werd bewogen door de wind.
- (wederkerend) zich ~ actie ondernemen om een beweging te maken
- Na zijn ongeval kon hij zich niet meer zo goed bewegen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- snel bewegen
Vertalingen
1. van plaats veranderen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Duits
Uitspraak
- IPA: /bəˈveːɡŋ̍/
Woordafbreking
- be·we·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bewegen /bəˈveːɡŋ̍/ |
bewegte /bəˈveːktə/ |
bewegt /bəˈveːkt/ |
| volledig | ||
Werkwoord
bewegen