regenbui

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gen·bui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regenbui regenbuien
verkleinwoord regenbuitje regenbuitjes

Zelfstandig naamwoord

regenbui v/m

  1. een tijdelijke periode van regen tengevolge van het overtrekken van een wolkenveld
    De tuin kon wel een regenbuitje gebruiken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen