plant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plant | planten |
| verkleinwoord | plantje | plantjes |
Zelfstandig naamwoord
- een organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
- een van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- dropplantblaadje, plantaardig, plantdier, plantkunde, plantkundes
- plantenblad, plantengal, plantensap, plantensociologie, plantenwereld
Vertalingen
1. een organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
2. een van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| plannen |
plant
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plannen
- Jij plant.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plannen
- Hij plant.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van plannen
- Plant!
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| planten |
plant
Engels
Werkwoord
plant
Zelfstandig naamwoord
plant