plant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • plant
enkelvoud meervoud
naamwoord plant planten
verkleinwoord plantje plantjes

Zelfstandig naamwoord

plant v/m

  1. (biologie) een organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft [1]
  2. een van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
plannen

plant

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plannen
    Jij plant.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plannen
    Hij plant.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van plannen
    Plant!

Werkwoord

vervoeging van
planten

plant

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van planten
  2. gebiedende wijs van planten

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Werkwoord

plant

  1. poten

Zelfstandig naamwoord

plant

  1. plant (organisme)
  2. plant (gewas)