plannen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plan·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| plannen |
plande |
gepland |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
plannen
- (overgankelijk) een tijdstip afspreken om iets te doen
- Kunnen we een afspraak plannen om de verhuizing door te nemen?
- (overgankelijk) het maken van een plan
Vertalingen
1. een tijdstip afspreken om iets te doen
Zelfstandig naamwoord
plannen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord plan
Verwante begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.