poten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
poten
pootte
gepoot
zwak -t volledig

Werkwoord

poten

  1. (overgankelijk) ondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
    Deze aardappels moeten nog gepoot worden.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

poten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord poot
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen