pizza
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈpitsa/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈpidza/
Woordafbreking
- piz·za
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Italiaans, exacte etymologie onzeker; mogelijk via het Middeleeuwse Griekse πίττα ("taart") afgeleid van het Oudgriekse πίσσα, dat teruggaat tot het Griekse voltooid deelwoord πεπτός ("gekookt").
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pizza | pizza's |
| verkleinwoord | pizzaatje | pizzaatjes |
Zelfstandig naamwoord
- (voeding) een gerecht van een belegde broodbodem
- Als je wat wilt eten, neem je maar een pizza.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- pizzabakker, pizzabezorger, pizzabodem, pizzabord, pizzadeeg, pizzagerecht, pizzageur, pizzakoerier, pizzaoven, pizzapunt, pizzarecept, pizzarestaurant, pizzaschotel, pizzavulling
Vertalingen
1. een gerecht van een belegde broodbodem
|
Meer informatie
Turks
Woordafbreking
- piz·za
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | pizza | pizzalar |
| genitief | pizzanın | pizzaların |
| datief | pizzaya | pizzalara |
| accusatief | pizzayı | pizzaları |
| locatief | pizzada | pizzalarda |
| ablatief | pizzadan | pizzalardan |
Zelfstandig naamwoord
pizza
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| pizza | pizzas |
Zelfstandig naamwoord
pizza v