brood

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brood
enkelvoud meervoud
naamwoord brood broden
verkleinwoord broodje broodjes

Zelfstandig naamwoord

brood o

  1. meelproduct gemaakt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen.
    Die bakker maakt een buitengewoon heerlijk brood.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
brood brode

Zelfstandig naamwoord

brood

  1. brood

Engels

Zelfstandig naamwoord

brood

  1. gebroed, broedsel.

Werkwoord

brood

  1. broeden
  2. ergens op zinnen, meestal in kwaadaardige zin.
Persoonlijke instellingen