nest
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nest
Woordherkomst en -opbouw
- (erfwoord) van Germaans *nestaz, op zijn beurt van Indo-Europees *nisdós.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nest | nesten |
| verkleinwoord | nestje | nestjes |
Zelfstandig naamwoord
nest o
- de verblijfplaats van een dier
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de verblijfplaats van een dier
Nynorsk
Woordafbreking
- nest
Werkwoord
nest
- voltooid deelwoord van neste