nesten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • nes·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nesten
nestte
genest
zwak -t volledig

Werkwoord

nesten

  1. (verouderd) een nest maken, nestelen

Zelfstandig naamwoord

nesten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nest
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

nesten

  1. een nest maken, nestelen
Overerving en ontlening
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nes·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Waarschijnlijk afgeleid van neste.
Naar frequentie 357

Bijwoord

nesten

  1. bijna
    «Du kan sanke fra naturen nesten hele året.»
    Je kunt uit de natuur bijna het hele jaar verzamelen.

Zelfstandig naamwoord

nesten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van neste


Nynorsk

Woordafbreking
  • nes·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Waarschijnlijk afgeleid van neste.

Bijwoord

nesten

  1. bijna

Zelfstandig naamwoord

nesten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van neste