nestelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nes·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nestelen
nestelde
genesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

nestelen

  1. het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels
    Op die rots nestelen honderden zeekoeten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen