nestelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nes·te·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| nestelen |
nestelde |
genesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
nestelen
- het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels
- Op die rots nestelen honderden zeekoeten.