mik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- mik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mik | mikken |
| verkleinwoord | mikje | mikjes |
Zelfstandig naamwoord
mik
- m het mikken, het ergens op richten
- v/m (voeding) een zwaar soort brood van in linnen zakjes gekookt ongezift roggemeel
- v/m (scheepvaart) deel van een maststrijksysteem waarop de mast in gestreken stand rust
- In gestreken stand rust de mast in de mik.
- v/m handel, spul, zooi
- Ik weet niet wat ik met deze mik aanmoet.
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: weten van kikken noch mikken
geborgen zijn
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| mikken |
mik
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mikken
- Ik mik.
- gebiedende wijs van mikken
- Mik!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mikken
- Mik je?
Albanees
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Latijnse amicus.
Zelfstandig naamwoord
mik
Gotisch
| enkelvoud | tweevoud | meervoud | |
|---|---|---|---|
| nominatief | ik | wit | weis |
| accusatief | mik | ugkis | uns/unsis |
| genitief | meina | ugkis | unsara |
| datief | mis | *ugkara | uns/unsis |
Persoonlijk voornaamwoord
mik
- mij (accusatief van de eerste persoon enkelvoud)
Papiamento
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Nederlandse mikken.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | onvoltooid deelwoord |
voltooid deelwoord |
| mik |
- - |
gemik |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
mik
Schrijfwijzen
- Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: mek.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Albanees
- Zelfstandig naamwoord in het Albanees
- Woorden in het Gotisch
- Persoonlijk voornaamwoord in het Gotisch
- Woorden in het Papiamento
- Werkwoord klasse 4 in het Papiamento
- Werkwoord in het Papiamento