vriend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Eigenlijk tegenwoordig deelwoord van vrijen (liefhebben).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vriend | vrienden |
| verkleinwoord | vriendje | vriendjes |
Zelfstandig naamwoord
vriend m
- een persoon waarmee je een speciale persoonlijke band hebt.
- Mijn vrienden komen op mijn verjaardag.
- de mannelijke persoon waarmee je verkering hebt.
- Ik wilde mijn vriend vragen om dit te repareren, maar hij was er niet.
Verwante begrippen
- [2] vriendin
Vertalingen
1. een persoon waarmee je een speciale persoonlijke band hebt
2. de mannelijke persoon waarmee je verkering hebt