gestalte
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·stal·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gestalte | gestalten, gestaltes |
| verkleinwoord | gestaltetje | gestaltetjes |
Zelfstandig naamwoord
gestalte v
- de vorm van een rechtopstaande mens
- Er verscheen een rijzige gestalte op de heuvel.