spraakleer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spraak·leer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spraakleer | spraakleren |
| verkleinwoord | (spraakleertje) | (spraakleertjes) |
Zelfstandig naamwoord
- een stelsel van regelmatigheden die optreden in een taal
- Kinderen leren een taal zonder zich bewust te zijn van enige spraakleer.