leren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈle.rən/
Woordafbreking
- le·ren
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | leren |
Bijvoeglijk naamwoord
leren
- van leer vervaardigd
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| leren |
leerde |
geleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
leren
- kennis of vaardigheid verwerven
- kennis of vaardigheid doen verwerven
Vertalingen
1. kennis of vaardigheid verwerven
2. kennis of vaardigheid doen verwerven
Zelfstandig naamwoord
leren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord leer