inlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van laten met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inlaten
liet in
ingelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

inlaten

  1. (wederkerend) zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand
    Hij liet zich daar niet mee in.
  2. (overgankelijk) iemand verwelkomen bij de deur
    Wil jij onze gasten even inlaten?
  3. (overgankelijk) toegang verschaffen aan iets
    Er werd water van het IJsselmeer ingelaten.

Zelfstandig naamwoord

inlaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inlaat