kapot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·pot
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Duitse kaputt, dat op zijn beurt is ontleend aan ofwel het Franse capot ofwel het Hebreeuwse kaparôt. Een derde verklaring is dat het een verkorting is van de Middeleeuws Latijnse uitdrukking caput essere ("onbruikbaar/onnodig worden"); in feite zou kapot dan hetzelfde woord zijn als het Latijnse caput.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | kapot |
| verbogen | kapotte |
Bijvoeglijk naamwoord
kapot
- gebroken (van glas, porselein enz.)
- Tja, als je dat glas laat vallen is het kapot.
- niet meer goed functionerend
- Mijn computer is kapot.
- (informeel) erg verdrietig of geschokt
- Ik was er kapot van.
- (informeel) erg moe
Synoniemen
- [1] beschadigd, stuk
- [2] beschadigd, defect, stuk, disfunctioneel
Antoniemen
- [1] heel, ongeschonden
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
|
Zich kapot schrikken.
Iemand kapot maken.
|
Vertalingen
1. gebroken
2. niet meer goed functionerend
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.