kapot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·pot
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | kapot | ||
| verbogen | kapotte |
Bijvoeglijk naamwoord
kapot
- gebroken, niet meer goed functionerend.
- Tja, als je dat glas laat vallen is het kapot.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1.