gaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaar
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gaar gaarder gaarst
verbogen gare gaardere gaarste

Bijvoeglijk naamwoord

gaar

  1. (voeding) lang genoeg gekookt zodat het eetklaar is
    Aan tafel, het eten is al lang gaar, straks verpietert het nog.
  2. (informeel) duf, energieloos, futloos
    Ik ben gaar, ik denk dat ik te weinig geslapen heb.
Afgeleide begrippen


Werkwoord

vervoeging van
garen

gaar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van garen
    Ik gaar.
  2. gebiedende wijs van garen
    Gaar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van garen
    Gaar je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen