weesjongen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wees·jon·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weesjongen weesjongens
verkleinwoord weesjongetje weesjongetjes

Zelfstandig naamwoord

weesjongen m

  1. een jongen van wie beide ouders overleden zijn
    De weesjongen werd in een pleeggezin opgenomen.
Verwante begrippen
Vertalingen