jongeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·ge·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jong met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord jongeling jongelingen
verkleinwoord jongelingetje jongelingetjes

Zelfstandig naamwoord

jongeling m

  1. jong persoon
    Een jongeling van achttien jaren.