knaap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knaap
enkelvoud meervoud
naamwoord knaap knapen
verkleinwoord knaapje knaapjes

Zelfstandig naamwoord

knaap m

  1. jongen, jongeman
    Die knapen gedroegen zich weer eens als belhamels.
  2. iets dat groot in zijn soort is
    Hij had een knaap van een snoek aan de haak.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen